Terug

Hartritmestoornissen algemeen

Bij hartritmestoornissen slaat het hart:
• of te langzaam (‘bradycardie’),
• of te snel (‘tachycardie’).

Bradycardie
Als het hart van iemand te langzaam slaat en niet versnelt bij inspanning (‘sinusbradycardie’), dan kan deze persoon sneller vermoeid raken. Soms is er zelfs even geen hartritme (‘asystolie’) doordat de sinusknoop plots pauzeert. Hierdoor wordt er tijdelijk geen bloed door het lichaam gepompt en kan hij of zij duizelig worden of zelfs bewusteloos raken. Hetzelfde kan gebeuren als de AV-knoop de prikkels uit de sinusknoop niet goed doorgeeft aan de kamers (‘AV-blok’).

Zowel bij problemen met de sinusknoop als de AV-knoop kan een pacemaker de oplossing zijn. Als deze ziet dat het hartritme te langzaam is of als er een pauze optreedt, dan zorgt de pacemaker voor een elektrische prikkel waardoor het hartritme weer normaal wordt. Elke ICD kan ook als pacemaker gebruikt worden.

Lees meer over de ICD als pacemaker.

Tachycardie
Soms kan een elektrische prikkel op een andere plaats in het hart ontstaan dan in de sinusknoop. Hierbij kan het hart veel sneller dan normaal geprikkeld worden en ontstaan ritmestoornissen. Dit kan zowel in de boezems als in de kamers gebeuren. Ritmestoornissen in de boezems komen het meest voor. Ze kunnen wel klachten geven, maar zijn niet levensbedreigend. De kamers blijven dan op een normale manier samentrekken, waardoor er voldoende bloed wordt rondgepompt. Ritmestoornissen in de kamers kunnen echter wel levensbedreigend zijn. Afhankelijk van de stoornis en elektrische activiteit pompt het hart dan minder effectief of vrijwel niet meer.

Laatste update: 74 dagen geleden