Terug

Complicaties bij een ICD

De kans op complicaties bij de implantatie van een ICD is klein. De volgende verschijnselen kunnen optreden:

Bloeduitstorting rondom de wond: dit kan over het algemeen geen kwaad en verdwijnt vanzelf. Soms kan er een nabloeding optreden waarbij de wond heel sterk opzwelt. Neem dan direct contact op met het implantatiecentrum. Het kan nodig zijn om de bloeduitstorting te opereren. De kans op een bloeduitstorting (ook de onschuldige) is ongeveer 3%. Vooral bij patiënten die bloedverdunners gebruiken, is de kans groter.

Infectie: neem contact op met het implantatiecentrum als de wond rood, dik en/of pijnlijk wordt of als er pus uit komt. Ook als u koorts heeft of als de randen van de wond niet meer goed gesloten zijn, bestaat er een risico op infectie. Bij een eerste implantatie van een ICD is deze kans normaliter minder dan 1 procent.

Klaplong: indien de ader onder het sleutelbeen met een naald wordt aangeprikt, is er ongeveer 1% kans dat de long ook aangeprikt wordt en een ‘klaplong’ optreedt. Dit zou u al tijdens de operatie moeten voelen door pijn bij het ademhalen in de schouderstreek. Indien nodig kan dit worden gecontroleerd met een röntgenfoto.

Verplaatsen/loslaten/breuk lead: de kans hierop is klein, maar de lead kan het contact met de hartspier verliezen en moet dan opnieuw geplaatst worden.

Laatste update: 26 dagen geleden