Terug

Het hartritme

Het hart is een holle spier die bloed door het lichaam pompt. Het bestaat uit een rechter- en een linkerhelft. Elke helft bestaat uit een boezem (atrium) en een kamer (ventrikel). Doordat deze boezems en kamers tijdens een hartslag steeds vol bloed lopen en het daarna weer wegpompen, blijft de bloedsomloop aan de gang en wordt het lichaam van voldoende zuurstof en voedingsstoffen voorzien. De kamers, en dan vooral de linker kamer, zijn hiervoor het belangrijkst. Het hart slaat in normale toestand 60 tot 80 keer per minuut; afhankelijk van leeftijd, geslacht en conditie kan de hartslag bij inspanning oplopen tot 200 keer per minuut.

Om de hartslag te regelen heeft het hart een eigen gangmaker (natuurlijke pacemaker): dit is de sinusknoop en deze bevindt zich in de rechterboezem. De sinusknoop geeft regelmatig een elektrische prikkel (impuls) af die de hartspier doet samentrekken. Dit gebeurt langzaam als het lichaam in rust is en sneller bij inspanning of stress wanneer het lichaam meer zuurstof (en bloed) nodig heeft. Deze prikkel gaat eerst naar de boezems en daarna, via een aantal tussenstations (de AV-knoop, de bundel van His en de Purkinje-vezels) naar de kamers. Zo krijgen de kamers ook de opdracht om samen te trekken en wordt het bloed onder druk (bloeddruk) door het lichaam gepompt.

Laatste update: 2400 dagen geleden